Deze foto’s geven de opstelling weer van een lastafel waaraan een elektrisch lasser kan werken. Het is een lastransformator met laselektroden en een massaklem. De afzuiger heeft een kunststoffen kap. De lastafel staat voldoende vrij van stalen spanten en andere vreemd geleidende delen.
Voorkomen van zwerfstromen
Bij een elektrisch lasapparaat is het de bedoeling dat alle elektrische lasstromen die uit de laselektrode komen via de massaklem worden afgevoerd. Als een deel van deze stromen een andere route kiezen spreken we van zwerfstromen.
Deze zwerfstromen mogen niet via de elektrische installatie want deze kunnen veel te groot zijn voor de bedrading van de elektrische installatie. In deze foto zie je rechts boven sporen van gesmolten isolatie. Hierbij waren de lasstromen niet via de massaklem van het lasapparaat maar via de groengele beschermingsleiding van de elektrische installatie gelopen.
Natuurlijk moet de elektrisch lasser een veilige werkplek hebben. Er moeten maatregelen zijn genomen dat de lasser geen elektrsche schok kan krijgen door lasstromen en zwerfstromen.
Zwerfstromen kan je voorkomen dooe de lasser en de lastafel te isoleren. Hierdoor worden de lasstromem gedwongen om de juiste route te kiezen: van laselektrode naar massaklem.

In deze infographic is het principe van isolatie weergegeven.

De NEN-EN-IEC 60974-9 benoemt de riciso’s van elektrische schok door lasstromen en geeft richtlijnen voor een veilige werkplek.
In de laswereld zijn er specifieke normen die deze scenario’s beschrijven. De belangrijkste zijn:
- NEN-EN-IEC 60974-9 (Booglasuitrusting – Deel 9: Installatie en gebruik):
Deze norm geeft expliciete richtlijnen voor het voorkomen van zwerfstromen en benadrukt dat de lasstroomkring gescheiden moet blijven van de beschermingsleiding (aarde) van het net. Het adviseert ook om werkstukken te isoleren van de aarde waar mogelijk. - NEN 3140 (Bedrijfsvoering van elektrische installaties):
Deze Nederlandse norm is van toepassing op de algemene veiligheid bij het werken met en nabij elektrische installaties. Hierin staat dat je maatregelen moet nemen tegen directe en indirecte aanraking. - Praktijkrichtlijn NPR-IEC/TR 62081:
Deze richtlijn biedt aanvullende ondersteuning voor de installatie van booglasapparatuur en focust op het minimaliseren van elektromagnetische interferentie (vaak veroorzaakt door diezelfde zwerfstromen).

Kijk naar de foto bovenaan dit artikel en naar deze afbeelding waarin een veilige professionele werkplek wordt weergegeven.
Periodieke inspectie van elektrische lasapparaten
Veel keurmeesters gebruiken daar de NEN 3140 voor. Maar dat mag al jaren niet meer. Daarvoor moeten we de NEN-EN-IEC 60974-4 gebruiken.
Je inspecteert een elektrisch lasapparaat volgens de NEN-EN-IEC 60974-4 en niet enkel volgens de NEN 3140, omdat de NEN 3140 dit zelf expliciet voorschrijft.

De NEN 3140 is een algemene norm die de kaders stelt voor de veilige bedrijfsvoering en inspectie van alle elektrische installaties en arbeidsmiddelen (laagspanning). Omdat bepaalde apparaten unieke eigenschappen en risico’s hebben, geeft de NEN 3140 in paragraaf 5.102.1 (Inspectie van elektrische arbeidsmiddelen – Algemeen) aan dat er voor specifieke arbeidsmiddelen specifieke normen gelden. Als voorbeeld noemt de norm hier letterlijk: “voor lasapparaten NEN-EN-IEC 60974-4”.
De NEN-EN-IEC 60974-4 is namelijk specifiek ontworpen voor booglasapparatuur en bevat de testprocedures voor periodieke inspectie en elektrische veiligheid van deze apparaten. Een algemene keuring volgens de NEN 3140 zou onvoldoende zijn, omdat een lasapparaat unieke technische kenmerken heeft die specifieke testen vereisen. De NEN-EN-IEC 60974-4 schrijft daarom controles en metingen voor die je in de algemene NEN 3140 niet terugvindt, zoals:
- Aanraakstroom van het lascircuit: Er moet specifiek gemeten worden of de aanraakstroom tussen de lasschakelingen en de behuizing niet te hoog is.
- Open boogspanning (U0): De piekwaarden van de maximale open boogspanning moeten worden gemeten tussen de lasaansluitpunten of de toorts en de retourkabel, om te controleren of deze binnen veilige grenzen vallen.
- Specifieke functionele tests: Het controleren van las-specifieke onderdelen, zoals de juiste werking van een spanningsreducerend apparaat en een magnetische gasklep (bijv. TIG, MIG/MAG).
Kortom, de NEN 3140 wijst je voor de daadwerkelijke, inhoudelijke keuring van een lasapparaat direct door naar de NEN-EN-IEC 60974-4, zodat alle specifieke elektrische gevaren van het lasproces adequaat en veilig worden getest.






